Uit 't Copy van Clason

2 april 2013 Er was eens

Nachtmerrie

En zo staan we bij de grijze muur. Hoog en indrukwekkend. We kijken elkaar aan. Niemand zegt wat. Peter zoekt in zijn zak naar een zakdoek en snuit met lawaai zijn neus. “Sssssst”, snauwt Marjet. Ze heeft haar hoofd in haar nek, probeert over de muur te kijken, maar het lukt niet.

“Ik moet plassen”, zegt Franka, ze is de kleinste van ons en houdt haar beide handjes tussen haar benen. “Dat zou ik niet doen hier”, zegt Peter. “Misschien ruikt hij je wel.” Franka stopt met wiebelen en steekt haar duim in haar mond. “Ik hoef niet meer”, slist ze tussen duim en lippen door.

We zuchten ervan. De vogels zingen, de wind ruist door de bladeren en in de verte horen we kinderen spelen. Maar hier bij de muur lijkt het alsof we in een cocon staan. Afgezonderd van het gewone leven.

Dan horen we het. Een kreet waar onze nekharen van overeind gaan staan. Het geluid gaat door merg en been. “Hij heeft er weer een!”, schreeuwt Peter, zijn stem slaat over. We fietsen zo hard als we kunnen naar huis.

Het is ruim twintig jaar later. Mijn moeder en ik wandelen door de buurt uit mijn jeugd. Bij de grijze muur staan we stil. Stukken minder hoog dan in mijn herinnering.

“Hier woonde de kluizenaar”, fluister ik. “Die ving kinderen… ofzo.” Ik realiseer me ineens dat dit nogal apart klinkt. Mijn moeder kijkt me dan ook verwonderd aan. “Nee joh”, zegt ze. “Hierachter lag de weide van de ezel van die familie verderop, weet je wel.” Ik voel een lach omhoog borrelen. “Een kluizenaar”, grinnikt mijn moeder en we wandelen verder.

Langs de muur waarachter de ezel een nachtmerrie werd.

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.