Uit 't Copy van Clason

16 april 2013 Er was eens

Samen verdwalen

De wijk is mij niet bekend, maar het begint zo hard te regenen dat ik liever voor de vraag kies dan voor de kaart op mijn telefoon. Hij kijkt me aan, klapt de paraplu uit en wijst naar de straat tegenover ons. “Daar is het ergens”, zegt hij.

“Fijn dat je het weet”, zeg ik en trek mijn capuchon over mijn hoofd. Heel even twijfelt hij, maar een uitnodiging onder zijn paraplu lijkt hem te intiem.

Terecht.

“Loop maar mee. Ik ga naar mijn nichtje”, vertelt hij terwijl we de plassen ontwijken. “Leuk”, antwoord ik.  “Nou nee”, zegt hij. “We gaan zo naar een crematie.”

Ik condoleer hem en hij begint te slenteren. Ook ik houd mijn pas in, de druppels lopen in mijn nek. Dan stopt hij, midden op straat. “Ja, dank je…. “ Hij lijkt even ergens anders te zijn.

Daar staan we in de stromende regen.

“Joh”, zegt hij weer. “Waar moest je nu toch zijn?” Ik vertel hem opnieuw het adres. Vertwijfeld kijkt hij me aan. “Sorry”, zegt hij. “Sorry, ik weet het eigenlijk toch niet zo goed.” Hij houdt een vrouw aan die met haar hond snel langs ons loopt. Ze wijst naar de weg waar we vandaan komen.

“Excuus”, zegt hij nog een keer, een scheef lachje. Ik haal mijn schouders op en mompel: “Sterkte zo.” Hij knikt.

Ik draai me om en loop dwars door de plassen. Stampend bijna, want erger dan dit kan het toch niet worden.

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.