Uit 't Copy van Clason

30 maart 2015 Er was eens

Vriendschappelijk

Ze kijken elkaar aan. Staren bijna. Dan schopt de linker wat tegen een denkbeeldige bal, stopt zijn handen in zijn zakken en mompelt: “En nu?” De rechterman haalt zijn handen door zijn haar. “Ik zal moeten overleggen. Dit is natuurlijk een ernstige zaak. Wij zijn compleet en op tijd. Jullie verzaken.” De ander haalt de handen uit zijn zakken en heft ze wanhopig wat boven zijn hoofd. “…ik weet het. Ik kan niet op ze bouwen….” Hij schudt zijn hoofd mistroostig. De omstanders knikken begripvol.

“En die daar?” zegt een vrouw. Ze wijst naar twee jongens die gezien hun outfit erbij horen. Ze staan te verkleumen, de motregen nauwelijks trotserend. De man kijkt hoopvol. “Ja, ja.. ik ga dat proberen…maar ze zijn ouder…dan is het niet echt eerlijk.” De omstanders mompelen woorden als “vriendschappelijk” en “godver, wat is het koud” en “als ik maar niet voor niets kwam”.

Als de man terugkomt ziet hij er blij uit. “Het is opgelost. We hebben er nog drie kunnen vinden die meespelen. Ook een meisje…” Het laatste klinkt als een verontschuldiging. De groep waar ik wat ongemakkelijk deel van uitmaak lijkt het te aanvaarden. De scheidsrechter moet zijn hoofd in zijn nek leggen om de mannen aan te kunnen kijken. “Goed. Ik wil graag beginnen”, zegt hij. Ze kijken hem aan en dan elkaar. “Vriendschappelijk?” vraagt de een hoopvol. De ander schudt zijn hoofd. “Competitie.” Dan sjokken ze ieder naar hun kant van het veld.

Het fluitsignaal klinkt, het gaat harder regenen. Ik kijk naar één bal en een heleboel doorweekte jongetjes van 8. En sommigen net wat ouder.

Want het spel moet worden gespeeld. Hoe dan ook.

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.