Uit 't Copy van Clason

1 september 2015 Er was eens

Sedatie

Tien bedden op een rij. Elk met een eigen gordijntje. Het doet me denken aan de treinreis door Thailand, zo’n veertien jaar geleden. Ook nu blijkt dat stof geen geluiden dempt. Ik hoor gesnurk en pratende mensen. Door de opening van mijn muur van textiel zie ik verpleegkundigen die drinken maken en vervolgens iets invoeren op een computer. Ondertussen wordt mijn bovenarm fijngeknepen door een zelfstandig werkende bloeddrukmeter. Boven mij piept en zoemt het.

Ik schijn overigens al te weten of alles goed is. Heel ergens in de verte lijkt mijn geheugen daar een polaroid van gemaakt te hebben. Positief nieuws geloof ik. Het kan me niet echt veel schelen. Voorlopig lig ik aangenaam te zweven op de wolken van sedatie.

Een tijdje later zit er een slangetje in mijn hand. ‘Zakken zout’, zegt de dame in het blauw. Ze schudt haar hoofd er ernstig bij. ‘Je krijgt er drie.’ Ik vind het best. Ik vind heel veel best, lijkt wel. Geloof dat ik nog nooit zoveel best vond. Zoals dat slangetje in mijn hand. Daar moet ik toch een foto van maken. Ik zoek mijn telefoon.

Naast me, links achter het gordijn, ontwaakt een medepatiënt. ‘Juffrouw!’ roept hij. ‘Juffrouw!’ Er loopt iemand naar de man. ‘Ik heb trek, krijg ik zo iets? ’ Ik hoor haar antwoorden: ‘Wordt u eerst maar even wat wakker. Ik kom zo bij u.’ Ze loopt weg. Zijn stem schiet omhoog: ‘Juffrouw! Mag ik wel alvast de menukaart?’

Ik moet me inhouden om niet heel hard te lachen. Wow, die is ook nog niet helemaal wakker. Gelukkig doe ik niet zo maf. Ik kijk naar het infuus waar nu bloed van mijn hand naar de zak loopt. Dat lijkt me niet echt goed. Eerst een foto. Dan zal ik roepen. En terwijl ik inzoom realiseer ik me dat ik wel degelijk raar doe. Een foto? Dan kun je toch maar beter enkel om een menukaart vragen.

‘Juffrouw? Kunt u even komen?’

 

 

 

 

 

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.