Uit 't Copy van Clason

23 september 2015 Er was eens

Tempo

Ze fietst voor me en iedere keer als ik haar wil inhalen, wijkt ze zo uit, dat ik weer achter haar blijf fietsen. Ik zou kunnen bellen. Uiteraard. Maar ze zingt zacht. En ik wil haar eigenlijk niet laten schrikken, want mijn bel heeft een geluid alsof ik een naderende tram ben.

Dus fiets ik achter haar. Me inhoudend, haar tempo is immers niet de mijne. Ik fiets sneller dan dit, zodat ik werkelijk overal altijd te vroeg ben. Of misschien net te laat, denk ik nu. Want om me heen is veel meer te zien dan ik voor dit moment wist. Ik zie kastanjes in bomen hangen, het zonlicht over het water schijnen. Ik zie mijn schaduw in het gras, waar nog wat blauwe bloemen bloeien. En ik ruik de herfst in de lucht. Haar wielen draaien loom, brengen haar in alle rust naar daar waar ze naartoe gaat. En mij nu ook.

Mijn onwetende gezelschap en ik worden plots door een groep wielrenners ingehaald. Wat gekuch, een vage zweetlucht, en ze verdwijnen in volle snelheid aan de horizon. Ze zingt nog steeds. Ik stap van mijn fiets en kijk over het water uit. Ik racete en liet toch nuttige tijd verstrijken. Dat zie ik nu zo helder. Ze is bij het bruggetje. Ik trap op de pedalen tot ik weer vlak achter haar ben.

Zo fietsen we nog enkele meters. Ik ben teleurgesteld als ze linksaf gaat waar ik rechts moet. Als ik de fiets in de schuur zet, neurie ik een melodie. Die van haar.

 

 

 

 

 

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.