Uit 't Copy van Clason

4 mei 2017 Er was eens

Bagage

Ik ben met mijn oudste kind in een stad met grachten. Hoewel we onze koffers bij het hotel achterlieten, voel ik nog steeds dat ik iets bij me draag. Bagage van lang geleden. Ik kijk naar haar, zonder dat ze dat ziet. Wat is ze groot. En grappig. En lief. Een cadeau is het dat ze met me mee wil.

Misschien voelt ze het aan dat ik hem verboden heb mee te reizen. Dat ik hem streng heb toegesproken achter te blijven. Zo eenvoudig als dat. Klaar ben ik met hem. Genoeg geweest. In de trein daarnet was ik toch heel even op mijn hoede. Had hij maling aan mijn boodschap? Was hij toch meegereisd? Maar nee, hij zat niet stilletjes naast me. En nee, hij verschuilde zich niet achter haar smalle rug.

Ook in de stad van onze bestemming kwam ik hem niet tegen. We liepen met rolkoffertjes langs bouwputten en opengebroken straten, keken in etalages van kappers (‘Ik telde er wel 16, mam!’) en uiteindelijk lagen we naast elkaar op het grote tweepersoonsbed. ‘En nu?’ vroeg ze. ‘Nu gaan we over de gracht varen’, zei ik, nog steeds verbaasd en blij dat hij niets van zich horen liet.

Ik vaar met mijn kind in een stad met grachten. Ik maak te veel foto’s, omdat ik alles wil vasthouden. Omdat ik eindelijk de moeder voor haar ben die ik zo graag had willen zijn toen zij klein was. Veel te veel jaren liet ik me leiden door de klootzak die angst heet. De bagage van een paniekaanval waar zij onbedoeld bij was, werd elk jaar zwaarder en zwaarder. Dus bleven we dicht in de buurt van een veilige haven.

Die veilige haven heb ik niet meer nodig. Zelfs niet nu we in een boot langs terrassen varen. Een oudere dame heft haar glas naar ons. Ik knijp de hand van mijn kind bijna fijn van gelukkig zijn. Dan zie ik hem.  Ik kijk de angst in de ogen. Tot hij zijn blik neerslaat.

Hij zucht, want hij weet het. En ik ook.

Voortaan zal hij zelf zijn bagage moeten dragen.

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.