Uit 't Copy van Clason

3 oktober 2017 Er was eens

De belofte

Ze zit op haar knieën en haar hoofd bevindt zich ergens tussen de sla, wortels en paprika. Terwijl ze de groentes rangschikt, zingt ze vol overgave, alsof ze vergeten is dat ze hier op de tegels zit. Mensen lopen argeloos en zonder aandacht voorbij. Hun wagentjes en kinderen voortduwend.

Haar stem is loepzuiver. Prachtig.

Ik wil niet dat ze stopt met zingen. Maar alleen zij kan me helpen te vinden wat ik zoek. Ik aarzel even en raak dan toch voorzichtig haar schouder aan. Onder haar witte jasje voelt ze pezig. Ze draait zich om. Is ze geschrokken van mijn verstoring? Beschaamd omdat ze zich muzikaal zo liet gaan? Ik vermoed van niet want ze lacht. Ze slaat gemaakt gegeneerd haar hand voor haar mond.

We lachen nu samen.

‘Zing straks alsjeblieft verder’, begin ik. Ze knikt. Het is een belofte. Dat voel ik in alles. Ik beeld met handen en voeten uit wat ik nodig heb: koffiefilters.

Ze begrijpt me, steekt haar vinger in de lucht en houdt hem daar. Met grote passen wandelt ze het gangpad in, steeds sneller. Ik kan haar bijna niet bijhouden op de gladde winkelvloer.

Links, achter in de laatste gang, tikt ze met diezelfde vinger op de verpakking. We lachen opnieuw naar elkaar. Ik bedank haar in haar taal.

Als ze wegloopt barst ze weer in gezang uit. Vol overtuiging. Haar belofte van daarnet waarmakend. Ze is niet op zoek naar publiek of waardering. Ze zingt. Niets meer. Niets minder.

Ik hoor haar tot aan de kassa. Daar nemen de piepjes het over.

Gratis fado in de supermarkt. Ik kan het iedereen aanbevelen.


Leave a comment