Uit 't Copy van Clason

28 maart 2018 Er was eens

De schatkamer

In deze schatkamer is het goud vermomd als papier. Het is omhuld door een kaft. Het staat op een rij en ligt opgestapeld als baren van letters.

Er zijn ook uitgescheurde flarden goud, voor knippen is de schatbewaarder vaak te ongeduldig. Dit bladgoud wordt in de map Inspiratie bewaard.

De map kookt over als een borrelende pan soep.

Achter slot en wachtwoord worden de zelfgemaakte woorden bewaard. Noem het de kluis van de kamer.  En toch.

Toch zal een dief de schatten niet herkennen. Ze blinken niet, maar knisperen of zwijgen in veelzeggende stilte. De dief zal zijn schouders ophalen en zijn rooftocht elders voortzetten.

En zo ben ik schatbewaarder en rover ineen. Zittend tussen de letters en woorden van anderen. En van mezelf.

Mocht ik op deze plek van de tijd verliezen, dan vind je me bedolven onder de stapels. Bedekt door grammen bladzijden. Van boeken. Tijdschriften. Prints.

‘Wat een hoop zooi’, zullen mensen denken. ‘Wat een schrijnende dood.’ Zij kunnen immers niet weten dat er niets fijners moet zijn dan te stikken onder een flinterdun laagje goud.

Goud, vermomd als papier.

 

 

Leave a comment