Uit 't Copy van Clason

15 april 2018 Er was eens

De föhn

Ze heeft grijze krullen met roze uiteinden. Een neuspiercing. En we praten boven het geluid van de föhn uit.

‘Ik denk dat ik nu al weet wat liefde is’, zegt ze, ‘vind je dat raar? Ik ben pas 18, maar ik weet het echt.’ Ik vind het niet raar. Ze blaast warme lucht in mijn oren, ik kan haar niet goed verstaan, maar zie haar lippen bewegen. Ze zijn zilver. Deze jonge vrouw versiert zichzelf met zoveel eigenliefde dat ik het zeker weet. Zij weet wat liefde is.

Ze praat. Ik versta haar nog steeds niet, maar wil haar niet onderbreken. Soms is praten zonder gehoord te worden voldoende als je gezien wordt. Ze lacht naar me in de spiegel. ‘Je verstaat er niets van hė!’ Ik moet ook lachen en antwoord haar zonder geluid. Ze haalt ontspannen haar schouders op.

De föhn is nu stil. ‘Ik wil naar hem toe, bij hem zijn. Maar wel met een plan’, vervolgt ze het verhaal, ik kan de hiaten zelf wat invullen. ‘Want misschien is dit liefde voor deze tijd. En niet voor later.’ ‘Dat weet je nooit’, zeg ik aarzelend. Ze knikt.

Ze houdt de spiegel achter mijn hoofd zodat ik kan zien hoe mijn haar van achteren zit. In deze geboortestad voelt het als een achteruitkijkspiegel naar mijn jongere ik. Het zou me niets verbazen als ik haar er plots in zie verschijnen.

Maar ze legt een hand op mijn schouder en we kijken elkaar via de spiegel die voor me hangt in de ogen. ‘Goed?’ vraagt ze. Ik knik. Zo is het goed.

 

Leave a comment