Uit 't Copy van Clason

27 augustus 2018 Er was eens

Bloed

Ik ben een proefdier in spijkerbroek. Een testcase. Een van de 5000 maar wel een van de jongste. Het is een twijfelachtige prestatie. In ieder geval zit ik nu met pupillen zo groot als ik nog nooit eerder had, te wachten of de prikdame eindelijk een werkende ader kan vinden.

Nee. Ze ‘glijden’ weg onder haar naald. Verstoppen zich achter pezen. Ze geeft kleine klapjes op mijn arm, ze legt een handschoen met warm water op de te prikken plek. Het lukt niet. Ik ben een onneembaar fort. Geen druppel.

‘Ze halen het ook weleens uit mijn hand. Of mijn voet’, zeg ik behulpzaam. Nu worden haar ogen groot. Denk ik dan. Zo goed zie ik het nu niet. Ze schudt haar hoofd. Dame twee komt erbij. Ze tikt, voelt, prikt, maar ook zij verkrijgt geen materiaal.

Dame drie zakt kordaat door haar knieën. ‘Ze is de beste van ons’, roepen de anderen opgetogen. Helaas. Mijn lijf verdedigt de rode vloeistof met man en macht.

Er wordt gebeld, gefluisterd. Zenuwachtig heen en weer gelopen. Ik krijg pleisters op aangedane plekken. En ik mag gaan. ‘Dan maar zonder, je DNA hebben we toch al’, zegt een van de drie.

Ik loop de wachtkamer in waar vier van de overige 5000 zitten te wachten. Ik heb zin om te zeggen: ‘Zo, die kunnen ook niet prikken.’ Maar dat hoeft niet. De pleisters vertellen een veel spannender verhaal dan ik zou kunnen.

Ik loop langs de wachtenden en doe alsof mijn neus bloedt. Hoewel… zelfs dat zal wel niet lukken vandaag.

 

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.