Uit 't Copy van Clason

17 september 2018 Er was eens

Milde wegversperring

Hij zakt op zijn knieën. Zijn hoofd in zijn nek, handen boven zijn hoofd. Dan laat hij zich als een zoutzak naar voren vallen en slaat zijn handen op de tegels. Hij klinkt als een gewond dier, steeds luider en luider gromt hij, roept hij. Hij is onverstaanbaar en toch duidelijk een en al verontwaardiging.

Mensen slalommen hun winkelkarren om het protesterende lijfje heen. Links naast hem de ananassen. Rechts de zakken sla. Tegenover hem een jonge man.

Zijn vader.

De winkelende toeschouwers lijken onverstoorbaar. Het is dan ook niet hun kind. Een enkeling haalt een wenkbrauw op. Een oudere dame twijfelt even of ze zich ermee bemoeien zal, maar bedenkt zich en loopt een ander pad in.

Het geluid is gestopt. Het slaan met de handen gaat nog wat door. De vader laat zijn schouders zakken. De overlast is nu beperkt tot een milde wegversperring. Dat is te overzien.

Dan zit het kind op zijn hurken. Krabbelt overeind. Zucht diep. Strekt zijn armen naar zijn vader uit. Die gaat nog rechterop staan en schudt zijn hoofd. ‘Nee Samuel. Je moet echt zelf lopen.’

Samuel staart met trillende lip naar zijn vader. Zijn vader staart terug.

Dan draait de laatste zich langzaam om. ‘Kom’, zegt hij, zonder achter zich te kijken. Samuel kijkt naar de ananassen. De zakken sla. En naar de rug van zijn vader.

Een voet naar voren. Dan de ander. Een voorzichtige huppel volgt.

Het pad is weer vrij. Ik kan bij de ananassen.

 

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.