Uit 't Copy van Clason

26 maart 2019 Er was eens

Warm

Haar lichaam verstijft en ze kijkt verschrikt uit het raam. ’Oh nee, zijn we al in Weesp?’ Het is een uitroep, geen vraag. Ze slaat haar handen voor haar mond. ‘Oh laat maar…’

Mensen kijken verbaasd. Ze stapte namelijk zo’n vijf minuten geleden in Weesp op deze trein.

Ze schudt haar hoofd en mompelt ‘Niet op mij letten… ik droomde… ik sliep’.

‘We gaan nu naar Amsterdam’, zeg ik toch maar, terwijl ze dat intussen alweer lijkt te beseffen.

‘Ik heb een jetlag’, zegt ze zacht en begint dan te lachen. ‘Oh wat erg, ik ben helemaal in de war, u zal wel denken….’

Ze slaat de roze sjaal dichter om zich heen. Haar wangen dragen blosjes uit een potje.

‘Ik was op Curaçao’, vertelt ze, ‘bij mijn familie. Ik ben vannacht teruggekomen, maar de jetlag heeft me te pakken. Ik wist even niet meer waar ik was.’

Ze kruipt nog dieper in haar sjaal. De restwarmte van dat verre land houdt ze gevangen tussen de laagjes wol en haar huid.

‘En hoe ouder ik word, hoe meer mijn lijf zegt: hé, we reisden duizenden kilometers, wat doe je me aan en wat is het hier koud.’

We lachen naar elkaar.

‘Wat is het hier koud’, herhaalt ze, ‘misschien blijf ik er de volgende keer.’

Ze staart uit het raam en hoewel we bijna in Amsterdam zijn, zie ik hoe zij in haar hoofd terugreist.

Naar daar waar het wel warm is.

 

 

 

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.