Uit 't Copy van Clason

22 november 2012 Er was eens

De afwas

Zij droogt. Ik was.

“Dus dit deed jij vroeger altijd thuis. Afwassen.” Het is geen vraag, ze weet het antwoord. “Wat erg voor je”, zucht ze en ze staart naar de borden en kopjes die op haar wachten.

Tergend langzaam droogt ze af. Ik heb de neiging om het zelf te doen, maar ik houd me in.

We hummen mee met een liedje. “Leuk liedje”, zeg ik. “Ik vind alleen die zanger niet zo leuk.”

Ze houdt op met drogen. “Hè? Is hij niet leuk?”

Ik schud mijn hoofd. “Hij heeft ooit zijn vriendin zo erg geslagen dat ze naar het ziekenhuis moest.” Ik probeer haar reactie te peilen. Haar verschrikte gezicht zegt me genoeg.

“Wat zou jij doen?” durf ik te vragen. “Wat doe jij als je een vriendje hebt die zegt dat hij je lief vindt, maar hij slaat je wel?”

Nog steeds kijken we elkaar niet aan.

Ze denkt even na en kijkt naar het schuim op het bord. Langzaam drupt het op haar mouw.

“Ik denk dat ik dan naar jou zou gaan. Met al mijn spullen”, besluit ze, duidelijk tevreden met haar antwoord.

“Fijn”, zeg ik. “Dat lijkt me ook het meest slimme.”

Ze draait zich om, zet een ander liedje aan en lacht ineens: “Of ik bel een van mijn vrienden, die leert hem wel een lesje.”

Ik laat het water weglopen. Morgen wordt de vaatwasser gemaakt, maar ik denk dat ik hem één keer in de maand defect verklaar.

 

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.