Uit 't Copy van Clason

23 september 2014 Er was eens

Gesprek

Hij knikt. Dat moedigt me aan. Dus vertel ik hem meer. En meer. En misschien zelfs wat veel. Toch blijft hij rustig naast me zitten. Ik zwijg. Hij zucht en buigt zich voorover, leunt vervolgens met zijn ellenbogen op zijn knieën.

De zon raakt nu onze voeten. We zijn allebei stil. Hij lijkt te kijken naar de warmte die heel langzaam langs zijn wreef omhoog kruipt. Zijn woorden komen niet onverwachts. Wel nauwelijks hoorbaar. Verstaan doe ik de zinnen niet. Op een rare manier lijkt het Russisch, hoewel ik geen flauw benul heb hoe dát klinkt. Ik luister naar de klanken die uit zijn mond komen. Minutenlang.

De zon heeft intussen onze knieën bereikt. Met bovenlijf in de schaduw zitten is niet meer voldoende om koelte te vinden. Hij zit weer rechtop. Zijn woorden spreekt hij nu harder uit. Dan staat hij op. We kijken elkaar even aan en ik zie aan zijn ogen dat ook hij dit het vreemdste gesprek ooit vindt. Zijn stok steekt hij als afscheid even omhoog.

“Dag meneer, dank voor uw luisterend oor”, zeg ik in mijn moedertaal. Ik kijk naar hem hoe hij langs de boulevard schuifelt. Immer pratend.

De zon schijnt nu in mijn ogen. En ik sluit ze.

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.