Uit 't Copy van Clason

22 oktober 2015 Er was eens

Gevangen schat

Als ik mijn fiets van het slot haal, zie ik haar. Ingesnoerd zit ze. Zoals een kind hoort vast te zitten achterop. Haar jas propt aan weerszijden uit het stoeltje en doordat het al een flinke jas is, lijkt haar hals verdwenen.

In haar hand houdt ze triomfantelijk een blad van een van de kastanjebomen vast. Er staan er hier veel. Haar knokkels zijn wit, ze knijpt de stengel van het blad bijna fijn.

‘Mama.. kijk nu mama wat ik uit de lucht ving!’ Haar moeder, rode wangen van het fietsen tegen de wind in, mompelt iets als antwoord. Haar ogen schieten langs het fietsenrek, op zoek naar een vrije plek.

‘Mama, kijk nou! Uit de lucht! Ik plukte dit uit de lucht!’ Het meisje lacht naar mij en probeert naar voren te buigen, maar de riempjes houden haar tegen en ze schiet weer naar achteren. Door de onverwachte beweging laat ze het blad los, het dwarrelt naar beneden. Zoals alleen bladeren dat zo mooi kunnen.

Midden in een plas.

Ze hapt naar adem. Hangt zijwaarts om haar gevangen schat te kunnen traceren. ‘Niet doen!’ roept haar moeder. ‘Niet zo naar rechts leunen, dan valt de fiets!’ Nu is het het meisje dat niet luistert. Met een snelle beweging klikt ze de riempjes open en ze klimt van de fiets.

Terwijl haar moeder zucht en het rijwiel op slot zet, zit haar dochter op haar hurken bij de plas water waarin het blad nu drijft.

‘Ik plukte je en nu zwem je…’ zegt de kleuter, luid en met gevoel voor drama. ‘Net als jij in een paar minuten’, kondigt haar moeder aan. Ze tilt het meisje met een zwaai op en loopt met haar in haar armen naar de ingang van het zwembad.

Ik stap op mijn fiets. Het blad zinkt naar de bodem.

Zoals alleen bladeren dat zo mooi kunnen.

 

 

 

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.