Uit 't Copy van Clason

23 december 2015 Er was eens

Zijn

‘En wie wil jij zijn? Ze heeft een wenkbrauw hoger dan de ander en straalt ongeduld uit. Ik denk dat ik haar verkeerd verstaan heb. Wie wil ik zijn? Van verwarring vergeet ik antwoord te geven. Ze snuift hard en draait zich om. Kans verkeken.

Ik zie mezelf weerspiegeld in het raam. Wie wil ik zijn? Kun je op je 44e nog steeds niet weten wie je wilt zijn? En hoe achterlijk is dat wel niet. Ik denk aan mezelf op die meisjeskamer. Daar dacht ik aan wie ik zou willen zijn. Ik droomde van de vrouw die ik zou worden. Uiteraard zelfverzekerder, wijzer, stijlvoller, slanker, langer. Mijn eisenpakket was niet mals op mijn dertiende.

Ik kijk nog eens naar de vrouw die ik werd. Zou ik over dertig jaar mijn hoofd schudden om wie ik op dit moment dacht te worden ? Ik zucht ervan, duizeliger kun je niet worden van je eigen gedachten.

De vrouw komt terug. Ze kijkt nu wat minder streng. ‘Kun je me nu zeggen wie je bent?’ Ah, ik verstond het daarnet inderdaad verkeerd. Ik knik, noem mijn naam. Ze gaat met haar vinger langs het lijstje. ‘Had ’t dan net gezegd’, moppert ze. ‘Nu is er al iemand anders naar binnen. Je stond zo te treuzelen.’ Ik mompel iets over dat ik tijd heb en dat die prik ook morgen kan. Daar is ze het niet mee eens. Ik moet nog even wachten. Ik kijk naar haar boze rug.

Over dertig jaar ben ik halverwege de zeventig. Ik schuif wat onderuit in de stoel. Nog alle tijd om te worden wie ik wil zijn.

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.