Uit 't Copy van Clason

14 december 2017 Er was eens

Sterren

Ik moet op een knopje drukken als ik een lichtpuntje zie in de duisternis. Terwijl ik dat volgzaam doe, denk ik na over de man die in deze kamer tegenover me zit.

De man is niet erg groot. Als hij voor me loopt veert hij op. Zo duwt hij zichzelf de hoogte in. Elk huppeltje hoopt hij op iets langer worden. Het is een man die zijn collega’s bijnamen geeft. Dat weet ik omdat hij zich zo-even vergiste. Die bijnaam is een naam in een verkleinende vorm. Ook met woorden blaast hij zichzelf op. Groter en groter.

Ik vergeet op het knopje te drukken. ‘Sorry, ik let niet op’, zeg ik. ‘Geef niet’, antwoordt hij, ‘dit onderzoek is zo precies dat elk punt zo’n vier keer aan je voorbijtrekt. Als controle.’

‘O, dat is goed, controle’, mompel ik. Of heb ik dat niet hardop gezegd?

Het duurt lang. Een kwartier per oog. En de lichtpuntjes lijken op sterren. Soms sprankelend en helder. Dan weer twijfel ik of mijn geest geen spel met me speelt en ik sterren zie die er niet zijn.

Ik weet hoe dat werkt immers. Want deze zomer keek ik met de kinderen in pikdonker Portugal naar miljoenen sterren. Onze ogen zagen er steeds meer. Soms voelde het alsof de hemel naar beneden viel en zich als een zachte deken vol gaatjes over ons heen drapeerde.

Ik denk aan de verbazing van de jongste. Zoveel sterren. We verzopen er samen onder. Ook toen twijfelde ik aan wat ik zag en dacht te zien.

Het onderzoek is klaar. Terwijl de man het dossier bijwerkt op de computer, zie ik nog steeds de lichtgevende puntjes voor mijn ogen zweven.

Of zijn het de sterren van Portugal. Ik besluit het laatste. Want lichtpuntjes die ertoe doen mogen altijd in mijn gezichtsveld zweven.

Ook als alleen ik ze zie.

 

 

BewarenBewaren

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.