Uit 't Copy van Clason

8 januari 2018 Er was eens

Sporen

Ik kreeg een boek. Tweedehands. Derdehands is ook mogelijk. Dat weet ik niet zeker. Maar als ik dit boek lees, voel ik dat de letters al werden geconsumeerd. De woorden al in een ander brein zijn genesteld. De zinnen mogelijk al door andere lippen zijn gepreveld.

De vorige lezer van dit boek was voorzichtig met het ingebonden papier. Op de bladzijden zijn geen sporen te vinden. Geen kringen of vlekken. Geen onderstrepingen. Geen opmerkingen in de kantlijn. Zelfs een teruggevouwen ezelsoor ontbreekt.

Ook de kaft is ongeschonden. Ik denk dat de lezer het boek onder de arm met zich meenam. Niet in een tas waar andere voorwerpen deuken of krassen konden maken op de gelamineerde illustratie. Of het boek bleef altijd thuis. Dat kan ook.

Ik voel met mijn vingertoppen over de pagina’s die geen sporen bevatten. In tegenstelling tot een bibliotheekboek waar ik de neiging van krijg mijn handen veelvuldig te wassen na het aanraken, wil ik nu juist bijna desperaat achterhalen wat de lezer dacht, rook, voelde en zag.

Dat kan uiteraard niet. Daarom lees ik de zinnen die al gelezen zijn. Ik stel me voor dat ik op deze wijze de woorden overtrek, keer op keer, zoals een kind dat soms doet op papier. Net zolang tot de letters op het vel eronder doordrukken. Ik beitel de zinnen in mijn hersenen. Omdat het zo mooi is woorden te delen. Ook al loop je achter in tijd. Ook al lees je niet op een en hetzelfde moment.

Maar terwijl ik de andere lezer volg over de pagina’s, laat ik wél onbedoeld zien dat ik las. Als een soort kleinduimpje strooi ik met sporen om later terug te vinden. Van een vage vlek chocolade tot omgevouwen ezelsoor.

Zodat zij die na mij lezen weten: ‘Kijk. Daar was zij ooit.’

 

 

Leave a comment