Uit 't Copy van Clason

22 mei 2018 Er was eens

Max en Bram

Met een hand leunt hij op de toonbank, in zijn ander hand houdt hij een pet vast. Naast hem komt een man zonder pet staan.

Ze kennen elkaar.

‘Max.’

‘Bram.’

‘Alles goed? Druk weekend voor de boeg? Heb je het gehoord van Sjaan?’

‘Ja, is d’r niet meer.’

‘Hoes’t met Ans’

‘Ja, die doet het goed.’

Bram wijst naar de toekomstige aankopen van Max.

‘Ga je dat allemaal nu zelf kanen?’ Max schudt zijn hoofd. ‘Nee, dat vries ik in. Dan hoef ik de hele week niet in de rij te staan.’ Ze kijken naar de broden. Vier halve witjes, gesneden. Het bakkersmeisje verzamelt nu wat krentenbollen.

‘Ik eet ook veel fruit. Tomaten. En snijd een komkommer in plakkies voor ’s middags’, zucht Max.

Bram kijkt verontrust. ‘Sinds wanneer doe je dat? Moet dat?’

‘Ja’, knikt Max. ‘Ik wil de 85 halen, hè! Muh dochter zegt dat ik dat dan moet.’

Max betaalt en stopt zijn boodschappen in een tas. Er steekt een komkommer uit.

Bram twijfelt even, maar vraagt dan:. ‘Je rookt toch nog wel?’ Max zet de pet op zijn hoofd en slaat Bram daarna lachend op de schouder.

‘Natuurlijk!’ zegt hij, de opluchting van zijn vriend met plezier bekijkend. ‘Ik rook als een schoorsteen!’

‘Godzijdank…’ mompelt Bram verlegen.

‘Dat zou me wat wezen zeg, niet roken’, zegt Max meer tegen zijn tas dan tegen Bram.

‘Dan ken ik net zo goed meteen naast Sjaan gaan leggen.’

Bram knikt goedkeurend. ‘Dat wou ik nou net zeggen.’

Leave a comment