Uit 't Copy van Clason

10 september 2019 Er was eens

Schommelen

Van dichtbij zie ik dat ze ouder is dan ik dacht. En ik zie een glimlach. Van oor tot oor. Haar rokken wapperen in de wind. Haar benen houdt ze gestrekt naar voren, schuin in de lucht. En zo zwaait de schommel haar in volle vaart naar boven. Haar gezicht heft ze op naar de hemel, omdat haar haren verborgen zijn onder een hoofddoek, speelt de wind enkel met de vrolijke stof.

De man naast haar kijkt verlegen naar ons. Hij schommelde net ook, heel lichtjes, maar stopte toen we bijna passeerden. Ik kan zijn lachrimpels zien. Hij hoeft niet te lachen om te laten zien waar de sporen van vrolijkheid in zijn gezicht zijn achtergebleven.

Ze moedigt hem aan in een taal die ik niet kan verstaan. Hij schudt zijn hoofd en wijst naar ons.

Ze lacht hem uit.

Dat denk ik tenminste. Ze laat zelfs een hand los en slaat hem in het voorbij zwieren op zijn schouder. De man moppert wat maar kan een vage glimlach niet onderdrukken. Voorzichtig zet hij zich af en schommelt een klein beetje heen en weer.

De vrouw juicht en ik ook.

Ze begint te zingen. Een lied dat ik na twee keer een straat oversteken, almaar verder verwijderd van het schommelende stel, nog steeds hoor.

‘Je glimlacht nog’, zegt ze. Ik voel het. ‘Zo blijven de rimpels beter staan’, antwoord ik. Ze roloogt. ‘Blijven lachen dan maar’, zegt ze.

Slim kind.

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.