Uit 't Copy van Clason

16 april 2020 Er was eens

De jurk

Nee.

Ze weigert. Die jurk kan ik op mijn buik schrijven. Op mijn buik leggen eigenlijk.

Ik mag de jurk over mijn grote hoofd wurmen, mijn armen proberen door de mouwtjes te steken en de roesjes tot net boven mijn navel laten walsen. Ik mag zelf ervaren dat de stof kriebelt, de glitters ronduit belachelijk zijn en dat de mouwtjes knellen.

Ze zegt dat niet.

Ook zonder uit te spreken weet ik dat ze me dit opdraagt.

Zelf doen werd zelf weten. Zelf beslissen.

Ik strijk de stof glad terwijl ik naar het zelfstandige wezen kijk dat drie jaar geleden uit mij is gekomen. Haar haren alle kanten uit. Een voetbalshirt om haar lijf, zo groot dat haar schouder er bijna uitpiept.

Ik streel met mijn wijsvinger over de lovertjes. De kantjes.

Ze doet een stap dichterbij. Houdt haar knuffel tussen ons in, een zachte buffer.

‘Geen jurk? zeg ik zonder hoop.
‘Nee, mama. Nee!’

Ik geef me gewonnen en hang het kledingstuk terug aan de hanger. Ik draai ermee; de rok zwiert van links naar rechts. Een dansende jurk zonder draagster.

Achter me babbelt ze tegen haar knuffel terwijl ze een paarse joggingbroek aantrekt. Met triomfantelijke blik kijkt ze naar zichzelf. Het oranje voetbalshirt is de kers op de outfit.

‘Nee mama!’ zegt ze nogmaals en wandelt nuffig weg.

Ik draai een trage pirouette met de hangende jurk tegen me aan.

Dansen kan ook in joggingbroek.

 

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.