Uit 't Copy van Clason

17 april 2020 Er was eens

Maar goed

‘Het is maar goed dat ze dit niet meer hoeft mee te maken’, zegt ze terwijl ze wat achter me in de verte kijkt. Ik heb deze zin vaker gehoord de afgelopen dagen. En ook zelf over nagedacht. Maar goed dat hij niet nu ziek werd. Maar goed dat zij niet nu moest worden geopereerd.

Maar goed.

Eigenlijk wil ik natuurlijk veel liever wél dat ze er nog zijn. Dat ze deze thuisblijfdagen wel kunnen meemaken. Net zoals zij? Ik vraag het haar niet.

Ze wrijft over haar bovenarmen. Het wordt wat frisser zo tegen zes uur.

‘Komt ook door het niet meer vliegen, dit mooie weer’, vertelt ze. Ik knik. Hoewel ik niet zeker weet of ze dat ziet zo op deze afstand. Dus zeg ik snel: ‘Ja, dat las ik ook. ‘

Ze haalt de post uit de brievenbus, want daarom komen we elkaar heel even tegen, en leunt tegen de auto. ‘Mensen ruimen de hondenpoep niet meer op.’ Ze wijst naar de stoep.

Ik zie de drol ook liggen. Misschien wordt de hond wel alleen uit wandelen gestuurd. Hoewel, ook voor 15 maart moest je uitkijken waar je liep. Dat is dan in ieder geval niet veranderd.

‘Nou ja, bijna niemand komt hierlangs, dus erin trappen gaat niet gebeuren’, lacht ze zonder vrolijkheid. ‘Ieder nadeel heb…’ Ze onderbreekt zichzelf met een zucht.

Het praatje is over. We weten allebei niet veel meer te zeggen en lopen ieder naar onze eigen voordeur, aan weerszijden van het hek.

Ze steekt nog even haar hand op. Heel hoog. Een groet naar mij zo boven het hek uit.

Of naar degene die het niet meer kan meemaken allemaal.

Ik denk dat ik het antwoord weet.

 

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.