Uit 't Copy van Clason

26 mei 2015 Er was eens

De indiaan

Hoe lang kun je de rol van indiaan spelen? Ik weet het niet. Ik zit hier toch al best wel een tijdje en ik moet plassen. Maar er is geen cowboy te zien aan de horizon. En die heb ik wel nodig. Dit springtouw – pardon, lasso – zit immers net iets te strak om zelf los te krijgen. Het paard, links van me, is nog maar drie jaar oud en is druk aan het stoepkrijten. Mijn vraag of ze wil helpen, beantwoordt ze met het luidruchtig ophalen van haar neus. Daarna staart ze wat in de verte, angstig voor de sheriff, dat begrijp ik dan ook wel weer.

Ondertussen lijkt het toch wel wat avond te worden. Ik weet al wat we eten: spaghetti. Dat vertelde mijn moeder me vlak voor ik met veren en al naar buiten huppelde. Goed. Op haar bevrijdingskunsten hoef ik dus ook niet te rekenen. Zij kookt.

Ik moet nu wel heel nodig. Zal ik roepen? Deze straat is te stil. Dit plein verlaten. Op dat peuterpaard na. ‘Ga mama halen’, zeg ik haar. Ze schudt haar hoofd. Ik zucht. Met een beetje mazzel verhonger ik bijna zodat ik me zo tussen het touw kan laten glippen, op weg naar de wc. Terwijl ik me dit voorstel, komt een van de cowboys op haar stalen ros aangefietst. ‘Ga je mee verstoppertje doen?’ vraagt ze blij, voor het gemak vergeet ze dat ik echt nergens heen kan. Mijn gestamel over het touw ontgaat haar volledig. Ze fietst weg. Het paard hobbelt eveneens ver van me.

De vogels fluiten naar me. Ver boven mijn hoofd vliegt een vliegtuig. En ik wil geen indiaan meer zijn.

Hopelijk komt mijn vader bijna thuis.

 

 

 

Leave a comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.