Uit 't Copy van Clason

15 mei 2018 Er was eens

De witte kat

Daar, bij het houten hek, daar ontmoeten we elkaar. Ons ritueel is altijd hetzelfde.

Zij rent meestal op me af, staart omhoog, mauwend. Ze vlecht zich elegant tussen mijn enkels door, geeft kopjes. Ik zak door mijn knieën en we begroeten elkaar. Haar kattenogen sluiten even als ik haar witte vacht streel. Ze mauwt zachter. Ik ga dan weer staan en we lopen samen verder.

Ze drentelt dan vlak voor me of heel dicht naast me. Soms kijkt ze even op naar mijn gezicht. Vaker niet.

Als we bij de stoeprand zijn, gaat ze zitten. Ik zeg: ‘Dag, tot straks.’ Hoewel we elkaar na het uur nooit treffen. Onze ontmoetingen zijn altijd op de weg heen, terug wandel ik alleen.

Ik steek de straat over en kijk nog een paar keer over mijn schouder. Ze zit zoals ik gewend ben op de rand en kijkt naar me. Net zolang tot de weg een flauwe bocht maakt en ik bijna ben waar ik moet zijn.

Zo gaat het altijd. Zoals dat hoort bij gewoontedieren. De witte kat en ik.

Leave a comment