Uit 't Copy van Clason

Afspraak

De man staat bij het raam en kijkt naar buiten. Zachtjes klop ik op de deur, maar toch schrikt hij van het geluid. Verward kijkt hij me aan.

“Ja?” vraagt hij.

“Dag meneer”, zeg ik. “Wij hebben een afspraak.”

De man loopt met grote stappen naar het bureau en slaat zijn agenda open.

“Nou, dat kan helemaal niet hoor. Nee, nee… ik heb een heel belangrijke afspraak nu. Loop maar even langs het secretariaat, dan plannen zij wel een paar minuutjes voor je in.”

Ik pak de print erbij. “Ik heb echt nu een afspraak met u”, probeer ik stellig te zeggen, maar ergens twijfel ik.

De man zucht diep. Loopt naar me toe en duwt me zachtjes naar de deur.

“Dat kan niet, dat heb je mis”, zegt hij geërgerd. “Er komt zo een journalist. Ik word geïnterviewd.”

Ik lach breeduit, tot grote verbazing van de man.

“Meneer. Hier ben ik. De journalist”, stel ik me netjes voor.

Zijn hand voelt klam. Dit wordt een mooi gesprek.

 

6 november 2012 Er was eens

Weer verliefd

Gisteren viel de plank met bewijsexemplaren van de muur.

Was het een teken? Dat het genoeg was? Dat ik te veel woorden heb gebruikt?

Hier moest ik iets mee, dat was duidelijk.

Dus zat ik tussen de folders, brochures, flyers, krantenartikelen, magazines, jaarverslagen en ansichtkaarten. Samen het bewijs van meer dan tien jaar zelfstandigheid.

Natuurlijk, bij sommige brochures zuchtte ik weer, denkend aan de lange stoet met meedenkers. Andere gaven me een jubelgevoel: Oja.. dat heb ik ook gedaan. Ik dacht aan concepten die doorgingen. Aan de bijbehorende administratie. De deadlines.

Het was een lange middag kan ik je vertellen.

Op mijn schoot lag een ansichtkaart van toen. Met een tekst waar ik nog blij van word. En ineens werd ik weer verliefd.  Op de vrijheid. Op de samenwerking met fijne opdrachtgevers. Op het gevoel wanneer tekst en beeld elkaar zo mooi versterken.

En hoe goed was dat. Want dat is na een lange relatie wel eens nodig.

Dat je even weer weet waarom. Daarom.

25 oktober 2012 Er was eens

De herinnering

Ze schrikt wakker. Haar bed beweegt. De kasten trillen. Snel maakt ze de man naast haar wakker. “Bom”, roept ze. “Het zijn bommen!’

De man zit rechtop en schudt zijn hoofd. “Nee, dit is een aardbeving”, zegt hij. “Zo voelt een aardbeving.”

Samen gaan ze uit bed en zien overal in de straat de lichten branden. Het is bijna half 4 midden in de nacht en de mensen zijn wakker geschrokken.

Het is weer voorbij. Samen ruimen ze op wat er is gevallen. Er is niets kapot. Ze kunnen weer gaan slapen.

Het is april 1992, maar heel even is zij weer terug in het Zuid-Holland van de jaren veertig. De bommen die ze nooit meer zal vergeten. Hoe klein ze toen ook was.

Hij denkt aan Indië. De bevingen die hij ook in het Jappenkamp voelde. De geuren en kleuren. Hoe klein hij toen ook was.

Als ik bij ze ben lachen ze erom. Om de verschillende associaties. Ik luister maar lach niet mee.

Omdat ik toen nog niet wist dat je sommige herinneringen beter weg kunt lachen.

22 oktober 2012 Er was eens

Onder invloed

Het komt zo dicht bij me dat ik het bijna met mijn neus kan aanraken. Zwart en onheilspellend. Ik staar ernaar en voel mijn knieën beven.

Hij knikt naar me. Ik verstijf. Hij knikt nog eens. Ik zie een schuifje openen.

En ik zeg niets. Helemaal niets.

Het schuifje gaat dicht. En ik zie zijn gezicht.

“Haal eens adem”, lacht hij. Ik doe het. “Kan ’t weer?” vraagt hij. “Doe maar net of ik er niet ben.”

En dat had hij nou net niet moeten zeggen. Want hij is er zo duidelijk wel. Vlak voor mijn neus.

Opnieuw gaat het schuifje open. Ik praat, vertel de woorden die ik uit mijn hoofd leerde. En ineens niets meer. Ik staar. En zie tot mijn grote opluchting het schuifje weer sluiten.

Er wordt gezucht. Ik krijg een glaasje water. En we praten even.

“Je bent niet de eerste”, stelt de andere jongen me gerust. “Het komt wel goed.”

Maar het komt niet goed. Steeds gebeurt het weer opnieuw. De wereld staat stil. Mijn hart bonst in mijn keel. De tekst. Zo bekend en zo ver weg.

We schudden handen. Teleurgesteld zijn we.

“Cameravrees”, zegt de cameraman. “Jammer van de screentest.”

“Nooit gedacht. Zeker niet omdat je perstraining geeft, vertel het maar niet aan iemand”, grijnst de geluidsman.

En dat doe ik. Nog beter. Ik laat het verhaal minstens vijftien jaar rijpen.

18 oktober 2012 Er was eens

Jip en Janneke

“Ik ben ouder”, zegt ze.

Hij snuift. “Ja, een beetje maar.”

“Nee”, zegt ze. “Echt stukken ouder. Negen maanden.”

Hij peutert aan zijn nagel.

“Lust je rijst?” vraag ik. “Dat eten we vanavond.”

Hij kijkt naar haar en zij trekt een vies gezicht. “Zeg maar nee”, adviseert ze. “Dat lust je toch niet.”

“Jawel hoor, zegt hij en tegen haar: “Anders moet ik thuis eten.”

“ Weet je wat”, beslis ik, “ik maak wel poffertjes. Dat is een beter afscheidsdiner.”

Na een uurtje staat hij bij de deur.

“Nou, dan ga ik maar”, zegt hij.

Ze knikt. “Je was een leuke buurjongen”, voegt ze er grijnzend aan toe.

Hij duwt haar. Zij duwt terug.

De deur gaat open, druppels vliegen naar binnen en hij sprint door de regen naar het huis vol met dozen.

Ze sluit de deur met een diepe zucht. En even zijn we er allemaal stil van.

 

 

15 oktober 2012 Er was eens

De belofte

“Jaha”, ze zucht. “We zitten in de bus. Hoor je dat niet? … Nou het is wel zo.”

De omstanders bij de bushalte durven elkaar niet aan te kijken. We zitten immers niet in de bus.

“Nee, ik ben alleen”, zegt het meisje, terwijl ze haar vriendin aanstoot. “Jaha, ik ben bijna bij het ziekenhuis. Dan ga ik even bij opa kijken. Tuurlijk. Heb ik toch beloofd. Doe ik toch. Wel stom…. Omdat hij toch niet weet dat ik er ben.  Hij ligt daar aan dat apparaat. Nou, dat vind ik. Ja, maar ik ga wel.  Ik ga. Heb ik toch gezegd. Jaha… ja..”

Ik heb oogcontact met een vrouw. Achter ons ligt het ziekenhuis. De vrouw trekt één wenkbrauw op en ik knik wat als antwoord.

Dan rijdt de bus voor en we stappen met z’n allen in. Ook de twee meisjes.

“Ik zei toch dat je best een keertje met mij mee kon gaan in plaats van dat suffe ziekenhuis”, zegt de vriendin terwijl ze voor mij in de stoelen ploffen.

De bus vertrekt, weg van de stad.

Het meisje wendt haar gezicht af van haar vriendin en kijkt achterom naar het ziekenhuis. Heel vlug haalt ze een hand langs haar ogen.

Een traan. Voor opa vermoed ik. Omdat hij toch niet weet of ze er wel of niet is.

 

 

10 oktober 2012 Er was eens

Marktwaarde

Hij eet een broodje. De saus loopt langs zijn kin. De hand van zijn vader laat hij los om naar de kar te wijzen.

Zijn vader kijkt meteen. Ook hij eet een broodje, precies op dezelfde manier als zijn jongere evenbeeld.

Samen staan ze voor de hypermoderne marktkraam op wielen en kijken in stilte.

De vader knikt goedkeurend naar zijn zoon. “Dat is inderdaad een mooie”, zegt hij.

De zoon loopt langs de glazen vitrine vol vis, duikt bijna onder de kar en roept iets over banden. Zijn vader steekt zijn duim op en slentert verder.

De jongen, het broodje is ineens verdwenen, huppelt achter zijn vader aan. Pakt dan zijn hand, kijkt naar hem op en lacht zo klaterend als alleen een kleuter dat kan.

Met een beetje spijt loop ik verder terwijl vader en zoon weer voor een kraam staan. Hun middag is nog maar net begonnen.

8 oktober 2012 Er was eens

Boekje open

Hij is glad. Of nee, toch mat. Heeft strakke typografie die je soms zelfs met je vingertoppen kunt voelen. Letter voor letter.

Hij is licht. Maar niet te. Het meest ideale gewicht is 640 gram. Dat gaat nog met één arm. In je bed, net boven de dekens. Of buiten tegen de zon in, boven je gezicht.

Uiteraard, hij is gelijmd, maar wel zo goed dat hij op zijn kop kan liggen zonder dat hij de inhoud verliest.

Oja.  Natuurlijk. Die stapel papier moet her en der een ezelsoor verdragen. Eventjes, zodat niemand daar blijft hangen waar hij niet meer is.

Bovendien moet tussen de regels door voldoende ruimte zijn. Een witregel waar je kunt ademhalen, glimlachen of zelfs een traan kunt laten vallen.

Het mooiste aantal is 446. Dat is minstens twee dagen. Is het te goed? Dan sla je ze allemaal in één dag om. Of een nacht.

Maar het allerbelangrijkste is zijn geur. Van inkt en papier. Met een vleugje lijm.

En daarom, mevrouw van de boekhandel, stond ik met mijn neus in uw boeken. Daarom.

Ik was slechts op zoek naar 640 gram geluk.

4 oktober 2012 Er was eens

De stripper

De auto staat midden op straat. De motor draait nog en bij de geopende achterbak staat een man.

De man kijkt snel om zich heen en trekt dan ineens zijn overhemd uit. Daar staat hij, met ontbloot bovenlijf en op sokken.

Hij haalt sportschoenen uit de achterbak, zet ze naast zijn voeten en steekt zijn armen in de mouwen van een sporthemd.

Ik probeer zo langzaam mogelijk te fietsen, maar moet hem nu toch voorbij. Zo normaal mogelijk begroet ik hem.

Verschrikt trekt de man in een reflex het hemd over zijn hoofd. Daar staat hij, zijn hoofd bedekt.

“Morgen”, hoor ik gesmoord en precies op dat moment komt de straat tot leven. Schoolkinderen lopen de hoek om. Een automobilist toetert dat hij wil passeren.

Ik steek snel over, hoor een portier dichtslaan en een auto wegrijden.

Gevlucht op kousenvoeten.

 

1 oktober 2012 Er was eens

Doen we

“Wat leuk toch, je blog”, zegt ze al roerend in haar kopje. “Daar moet je iets mee doen. Met dat schrijven.”

Ik ben zo verbaasd dat ik helemaal niets weet te zeggen.

Ze staart voor zich uit. “Ja, echt talent hoor. Wat grappig dat je daar nog niets mee doet hè, met schrijven.”

Ik besluit te zwijgen. Ze kijkt dwars door me heen en lijkt ineens een ingeving te krijgen.

“Misschien moet je voor mij maar eens een blog schrijven. Ja, kan het natuurlijk zelf ook hè. Wie kan er nou niet schrijven. Maar ja, geen tijd hè. Heeee, ja, dat doen we! Schrijf jij mijn blog? Dan stuur ik je af en toe een paar steekwoorden over mij. Dan bewerk je dat? Wat een goed idee eigenlijk. Dan doe je eindelijk iets commercieels. Daar zou je nou eens iets mee moeten doen. Met commercieel zijn.”

27 september 2012 Er was eens